Vandaag moet ik vroeg uit de veren. Ik ben in Brussel om 7u10. Een vakbondsmilitant is er al. De andere komen later toe. We verdelen in gemeenschappelijk vakbondsfront pamfletten om de collega’s te mobiliseren voor de vakbondsbetoging op vrijdag 2 december.
Om 9u stop ik en ga richting Fontainasplein om deel te nemen aan een vergadering van de vakbond. Belangrijke agendapunten hierin zijn het begrotingsakkoord van de onderhandelaars die de federale regering gaan vormen en de praktische afspraken en de voorbereiding voor de betoging van 2 december.
Dit akkoord raakt het ambtenarenpensioen. In plaats van berekent op de laatste 5 jaar zal het in de toekomst op basis van de laatste 10 jaar gebeuren. Het recht op pensioen gaat ook later in. Pas vanaf 62 jaar in plaats van 60 jaar.
Ook de duur van de loopbaanonderbreking wordt beperkt.
Een ander agendapunt is diversiteit. In de schoot van ACOD- overheidsdiensten is een werkgroep diversiteit opgericht waar de praktische knelpunten van het diversiteitbeleid van de Vlaamse overheid besproken zijn. Ik geef feedback over de eerste vergadering van die werkgroep. Het is positief dat de Vlaamse overheid jaar na jaar tijd investeert in de opmaak van plannen. Maar na 10 jaar zijn de resultaten nog altijd mager.
Een collega vult me aan en brengt verslag uit over een studiedag met als thema gelijke kansen. Het is een hart onder de riem te zien dat de afgevaardigden diversiteit belangrijk vinden.
Ik verlaat de vergadering vroegtijdig om deel te kunnen nemen aan een vorming van Jobpunt Vlaanderen in het kader van de actie “De Vlaamse overheid gaat voor kleur”. De bedoeling is dat teams een filmpje maken en verspreiden via facebook. “Virale marketing” heet dit naar analogie met de verspreiding van ziektes van persoon tot persoon.
Drie ploegen zijn aanwezig. Zij vertegenwoordigen samen de Vlaamse landmaatschappij, de VDAB en het beleidsdomein Landbouw en Visserij.
Tijdens de vorming zien we verschillende leuke voorbeelden. In één staat de eindboodschap in sterk contrast met de beelden er vóór. “Wij werven aan. De personages in de film (zeer aantrekkelijke dames) kunnen verschillen met die in de werkelijkheid.”
Na discussie beslist mijn team iets te doen rond te getuigenis van één van de teamleden, die nu bij de Vlaamse Overheid werkt omdat hij de stap durfde zetten. “Durf” wordt de boodschap van onze film.
De eerste negen seconden van de film zijn belangrijk. Dit zet ons aan om een scenario uit te denken. De lesgever vindt ons idee wel origineel, maar vindt de boodschap minder duidelijk. Dus zullen we ons concept nog moeten herzien.
Na de opleiding ga ik naar mijn bureau en werk verder aan de Standaardopbrengst (SO), waarmee de productierichting en de economische bedrijfsomvang van landbouwbedrijven wordt bepaald.
In de namiddag ontvang ik een mail van een medewerker van Jobpunt Vlaanderen. Het is een reactie op een opmerking die ik vorige week had gestuurd op een selectiereglement voor een vacature binnen het beleidsdomein landbouw. In de Visienota “De Vlaamse overheid maakt werk van een taalbeleid” staat dat de Vlaamse overheid in de vacatures zal verduidelijken welke taalvaardigheid iemand moet hebben om een de functie te kunnen uitvoeren bij de Vlaamse overheid.
De medewerker deel me mee dat “aan de visienota waar u naar verwijst (…) nog geen concrete uitwerking (werd) gegeven. Tot op heden worden er dan ook geen taalcompetenties opgenomen in de selectiereglementen.”

