Goeiemorgen,
Gebruikelijk ochtendritueel. Weinig volk vandaag, rustig dus, just what I need.
Mailtje van de collega met alle gegevens i.v.m. Life Cycle Cost Analyse die hij graag op de website wil. Ik meld hem, zoals gisteren gezegd, dat ik het bekijk, maar pas op de site zal kunnen eind juni. Om niet alles uit te stellen, mail ik intussen wel onze websitetechnicus om te kijken wat er technisch mogelijk is. Gelet op andere prioritaire werkzaamheden en verlof in juli, zitten we samen ergens half juli. Ik geef ook enkele andere zaken ter bespreking aan.
Iets later een mailtje van de werkgroep die bezig is met het ontwikkelen van zorgindicatoren (heb ik jullie dinsdag al aangegeven). Men zoekt een datum voor de vergadering van september waarop ze hun eerste versie van het rapport gaan presenteren. Tegenwoordig gebeurt dat allemaal met een doodle. Waarschijnlijk handig, maar ondanks mijn eerder jonge leeftijd, ervaar ik dat die technologie allemaal snel als vanzelfsprekend wordt ervaren. In een professionele context vind ik het woord ‘doodle’ ook gewoon te schattig. Bijna gezellig clubje dat een datumpje afspreekt om eens gezellig te babbelen over indicatortjes. Versta me niet verkeerd, ik neem graag deel aan de werkgroep en alles verloopt gemoedelijk en voldoende professioneel, maar ik kan niet laten om met sommige zaken minstens te glimlachen, zoals het fenomeen doodlen.
Men stelt de vraag ook om tegen 1 juli de bijgevoegde tekst van 33 blz. te lezen en opmerkingen of reacties te geven. Doe ik graag, maar ik moet dat inplannen of het schuift op, intussen weet ik dat. Vroeger vond ik dat nogal hoogdravend om alles wat je doet in je agenda te plannen (iedereen kan dat lezen). Ik zette er enkel vergaderingen in. Intussen vind ik het een handig geheugensteuntje voor mezelf, zeker als ik wat meer zaken tegelijk aan mijn hoofd heb die allemaal een verschillende ‘deadline’ hebben. Het helpt, point final.
Iets voor de middag een uitnodiging van de Vlaamse ombudsman om binnen 2 weken de voorstelling van zijn jaarverslag bij te wonen in De Schelp van het Vlaams Parlement. Toffe zaal en op zich en een gelegenheid om me iets meer te betrekken bij klachtenbehandeling, al moet ik toegeven dat ik voornamelijk de VIPA-klachten goed wil afwerken en voor bijkomende info naar onze departementale klachtencoördinator stap. Anderzijds weet ik dat zo’n events je wel eens een goeie boost kunnen geven. We zullen zien, maar vermoedelijk heb ik andere zaken te doen binnen 2 weken.
Een mailtje van een collega met de vraag of ik weet heb van een analoog VIPA-fonds in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ik moet toegeven dat ik dat eigenlijk niet weet, wat ik als beleidsadviseur op zich niet kunnen vind. In Wallonië bestaat zoiets wel, maar daar hebben we nu niks aan. Ik heb altijd het idee dat ik alles moet weten wat relevant is of kan zijn voor het VIPA en bij vragen als deze stel ik mezelf een beetje teleur. Maar ja, ik heb ook maar één hoofd natuurlijk.
Er stromen in de loop van de dag verschillende mails van het kernteam Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) binnen, zoals quasi dagelijks.
Om 14u komt het kernteam BRV samen in het Boudewijngebouw i.p.v. het Phoenixgebouw zoals normaal. We gaan in een 5-tal werkgroepjes brainstormen over de verschillende uitgangspunten van het BRV. Ik heb mezelf opgegeven voor een werkgroepje i.v.m. integrerend beleid, een item dat ik ook herken in ons beleidsdomein. Ik heb gisteren nog een mailtje naar de projectleider gestuurd om aan te geven dat ik momenteel onvoldoende tijd heb om alle documenten te lezen en als totale nitwit in ruimtelijke ordening de essentie van het vorige Ruimtelijke Structuurplan Vlaanderen (RSV) nog niet heb kunnen lezen, kwestie van toch de nodige achtergrond te hebben. Ik word altijd ambetant als ik niet weet wat het kader is waarbinnen ik werk, wat de essentie is. De essentie van iets is zelden heel complex, maar je moet ze wel kennen natuurlijk. Een beetje zwemmen zonder dat je weet hoe diep het zwembad is en hoe ver je van de kant bent, mocht je even verdrinken.
Vandaag had ik echt een goed gevoel. Iedereen kon zijn ding zeggen en er werd evenwaardig gediscussieerd. In een grote groep is het niet altijd even evident om iedereen zijn punt te laten zeggen en overal op te reageren. Al moet ik er hier aan toevoegen dat de sfeer open en gemoedelijk is en toch ook enorm to the point. Ik voel me zelden geremd om, ook in de grote groep, mijn gedacht te zeggen, maar merk dat mijn iets beperktere kennis van het RSV me soms beperkt in het volgen van alle discussies. Soit, ik heb er eigenlijk wel vertrouwen in dat het goed komt, zeker na vandaag.
Ik had jullie dinsdag een uitgebreidere toelichting beloofd over het BRV, dus hier toch even aangeven wat en hoe, maar vooral wat mijn rol is, want dat is toch de bedoeling van de blog. Het bestaande RSV dat midden jaren negentig is opgesteld, is voornamelijk vanuit het beleidsdomein ruimtelijke ordening geschreven, met weinig betrokkenheid en rekenschap van andere beleidsdomeinen of maatschappelijke invalshoeken. Het was ook eerder rigide opgesteld, met niet zo veel ruimte voor nieuwe ontwikkelingen en flexibiliteit. Dit BRV, als opvolger voor het RSV, wil men expliciet opstellen met de betrokkenheid van de verschillende beleidsdomeinen. De collega’s van ruimtelijke ordening houden nog de pen vast, althans een speciaal hiervoor aangeworven projectleider, maar ieders stem klinkt in se evenwaardig. Voor het beleidsdomein WVG ben ik aangeduid om onze bijdrage te coördineren. De bedoeling was dat elk beleidsdomein iemand 3 dagen per week ter beschikking stelde voor de respectievelijke bijdrages. Praktisch heeft bijna elk beleidsdomein dit opgelost door meer dan één iemand aan te duiden en de tijdsinvestering zo te verdelen. Namens WVG coördineer ik dus en kan ik een beroep doen op 2 collega’s van het departement. Op zich geweldig interessant voor mezelf om te zien wat ik waard ben in zo’n opdracht. Ik ben vanuit mijn vorige functies gewend om zelfstandig te werken zonder dat ik veel overleg met derden nodig had om mijn doelstellingen te bereiken.
Daarnaast moet ik met mijn 2 collega’s duidelijke taakafspraken maken zodat we niet allemaal hetzelfde doen en ik genoeg stof heb om teksten te produceren. De afspraken zijn intussen gemaakt en iedereen kon er zich zonder problemen in vinden. Ik ben eerlijk gezegd blij dat ik 2 collega’s heb die met ongeveer dezelfde positieve instelling als ik deze opdracht opvatten. Ik moet wel nog een draagvlak creëren bij de andere agentschappen van het beleidsdomein. Terug hoop ik op een constructieve houding, want ik heb ze echt nodig om de opdracht tot een goed einde te brengen. Ik heb er mijn secretaris-generaal over aangesproken en hij staat open voor voorstellen of overleg war nodig. Dit vind ik altijd heel belangrijk in mijn werk, een draagvlak hebben bij je leidinggevenden. Ik heb in het verleden soms alleen gestaan met mijn meningen t.a.v. collega’s, terwijl ik vanuit mijn kennis en ervaring wist dat ik consequent en waarachtig mijn mening formuleerde. Op die moment is het voor mij belangrijk dit aan te geven aan mijn leidinggevenden en is het voor mij cruciaal dat zij op dezelfde golflengte zitten of mij bijsturen waar nodig. Zonder ruggesteun sta je serieus in je blootje als iedereen een andere mening heeft dan jou. Ik probeer altijd draagvlak te vinden voor de zaken die ik doe. Cruciaal.
Enfin, het BRV is voor mij something totally different, maar mijn spirit zit goed en dan ben ik al meer dan halfweg. Zoals gisteren gezegd: het werktempo ligt hoog, maar creëert ook een goede sfeer en drive in de ploeg. Ik speel graag in ploeg.
Rond 16u30 is de vergadering van het kernteam afgelopen. De bespreking en discussies dreigden te lang uit te lopen en een deel van de agenda van vandaag is verplaatst naar volgende week. Alle teksten lezen dus. Ik doe mijn best, soms kan een mens niet meer doen. Ik kan niet 20 bladzijden lezen als ik maar tijd heb voor 1. Keuzes maken en organiseren, het worden voor mij dé woorden voor 2011. Druk, druk, druk, ik wil er niet van weten of horen, we geraken er wel door. The spirit vinden en houden in je werk is voor mij heel belangrijk. Dat gaat met ups en downs, maar met een goeie spirit geraak je door de lastigere, saaie momenten en doen de ups des te meer deugd. Dat is de essentie als je jezelf afvraagt of je je werk (nog) graag doet, wat mij wel eens overkomt: kan ik er nog de drive voor vinden of moet ik me dwingen en wroeten. Je hebt altijd saaie of minder tot de verbeelding sprekende delen aan je werk, maar dat heeft m.i. iedereen. Vraag is of je dit kan compenseren met genoeg andere toffe zaken. Ik zeg hier volmondig ja. Het swingt genoeg momenteel of ik doe het swingen, al ben ik meestal de eerste om mezelf te relativeren, wat ik geen slechte eigenschap vind, soms wel een vermoeiende.
Vandaag merkt een collega op dat een koepelorganisatie sneller wist dat één van onze besluiten was goedgekeurd door de Vlaamse regering dan dat het op onze website stond en dat dit eigenlijk niet kan. Ik kan niet anders dan haar gelijk geven, maar ik heb al gezegd, ik heb maar één hoofd en 2 handen. Het herinnert me wel aan het feit dat ik mijn systematiek om die zaken op te volgen, beter moet bewaken. Liefst vandaag op de site, maar ik neem me voor om het morgen deftig te doen. Mijn afdelingshoofd zegt wel duizend keer, niet enkel tegen mij: “We moeten er ons op organiseren, geen eenmalig shot, maar structureel verankeren in de werking van je organisatie”. In het begin vond ik dat altijd zwaar klinken en de reflex van ‘ja, ja’, maar intussen weet ik dat hij gelijk heeft, want zonder structuur en opvolging, slabakken bepaalde zaken. Vandaag dus terug aan herinnerd, maar we lossen het weer wel op.
Minder dan 2 blz. bloggen zal voor nooit zijn. Tot morgen voor de laatste blogdag. Een mens zou het nog gaan missen.