Jubileum!
Vandaag vier ik een persoonlijk jubileum: vier jaar geleden begon ondergetekende zijn carrière aan de Provinciale Hogeschool Limburg. Na vier jaar voor de provincie Limburg gewerkt te hebben – als eerste échte job na mijn opleiding want die drie maanden televerkoop (“Hallo, met Wim van Sport Voetbal Magazine”) tel ik om ethische redenen niet mee – was het tijd voor een nieuwe uitdaging.
Die uitdaging lag in feite inhoudelijk niet zo ver verwijderd van hetgeen ik voor de provincie deed, maar toch was het een wereld van verschil. I’ll explain.
Bij de provincie was mijn taaktitel “INTERREG-manager”. Het INTERREG-programma voor de Euregio Maas-Rijn is een subsidieprogramma van de Europese Commissie dat grensoverschrijdende samenwerking in de grensregio van Limburg met actoren in Nederlands Limburg, de provincie Luik, de Duitstalige Gemeenschap en de Regio Aken wil stimuleren. Ik functioneerde als loket voor organisaties die projectvoorstellen wilde indienen en, indien het voorstel in het programma kon passen, begeleidde ik hen totdat er een indienbaar project op tafel lag. Mits goedkeuring volgden we ook de vorderingen van alle projecten op. Net zoals ik dat voor Limburg deed, had ik collega’s in elke hoofdstad van de betrokken provincies en was er een hoofdkwartier dat aanvankelijk in Maastricht en later in Eupen gevestigd was.
Je kan je al inbeelden dat ik indertijd mijn kilometers wel zag. Onze teammeetings vonden elke week op een andere locatie plaats en er waren wekelijks wel een resem projectvergaderingen die overal in de Euregio konden plaatsvinden. De projectinhouden waren erg divers van aard: het ene moment ging het over onderzoek en ontwikkeling, dan weer over samenwerking in het hoger onderwijs, het volgende moment over een samenwerking tussen toeristische diensten ter promotie van de Euregio en even later weer over een grensoverschrijdend kunstenfestival.
Een ontzettend boeiende periode in mijn professioneel leven, moet ik zeggen. Ik maakte deel uit van een erg dynamisch grensoverschrijdend team van toffe mensen en ook op de provincie kon ik het erg goed vinden met iedereen. Ik mocht van binnenuit kennismaken met de mechanieken van de Europese subsidieprogramma’s en leerde de taal van de Europese instellingen – want dat is een taal an sich - te spreken en te schrijven. Dat bleek erg belangrijk te zijn voor mijn volgende job. Ik switchte immers van de aanbodzijde naar de vraagkant.
In 2006-2007 stonden er grote veranderingen op til in de PHL. De hogescholen waren zich, na de ingrijpende wijzigingen n.a.v. de Europese gelijkschakeling voor bachelors en masters, structureel aan het organiseren om onderzoek en alles wat daarmee te maken heeft een plek te geven binnen de geledingen. Er moesten nieuwe procedures en structuren ontwikkeld worden en in dit kader werd er een nieuwe ondersteunende afdeling opgericht: de Dienst Onderzoek & Projecten (DOP; een ingeving van iemand die het wel leutig zou vinden om te zeggen dat wij “op de DOP zitten”). Gezien het gegeven dat er een grote behoefte aan projecten was waarvoor Vlaanderen ons financieel slechts voor een deel kon voorthelpen, was er binnen de DOP van meet af aan een taak weggelegd voor een persoon die zijn/haar weg kende binnen de Europese subsidieprogramma’s. Iemand die ideeën kon helpen omzetten in projecten, die kon meeschrijven aan daadwerkelijke projectaanvragen in diverse programma’s, die misschien ook voor een deel de personen in de programmastructuren kende en die waar nodig – en mogelijk – het project misschien een cruciaal duwtje in de juiste richting kon geven.
Dat werd dus – op 26 februari 2007 – uw dienaar.
Vier jaar later kan ik, mede dankzij de blog van Jobpunt, een balans opmaken. Het ging hard, moet ik zeggen. In 2007 telden wij ongeveer 15 voltijdse personeelseenheden die in onderzoeksprojecten betrokken waren. In 2010 waren er dat al 55, gespreid over 140 personeelsleden (meestal hebben de mensen ook onderwijstaken dus vrijwel niemand zit voor 100% op onderzoek). De omzet evolueerde evenredig: van ongeveer 1,5 miljoen euro in 2007 naar bijna 3,5 miljoen euro in 2010.
Maar cijfers zeggen niet zoveel. Voor mij blijven dit de belangrijkste vaststellingen: Ten eerste binnen de hogescholen leeft er véél meer dan dat je je zou inbeelden. Zonder dat er een eeuwenlange traditie met veel oude en mooie gebouwen en prachtige titels heeft bestaan, trekken de hogescholen tegenwoordig erg veel creatieve en capabele breinen aan. Ten tweede begrijpen de bedrijven dat toegepast en probleemgericht onderzoek heel snel en heel veel rendement kan opleren. Last but not least: een hogeschool is een grote onderneming maar veel minder log dan een mens zou denken. Dit is uiteraard te danken aan een administratief apparaat dat verandering niet schuwt doch omarmt. Er is immers altijd ruimte voor verbetering.
Bijna vergeten: de balans van vijf dagen bloggen voor Jobpunt Vlaanderen!
Wel, het was een interessante oefening. Zelfs een beetje therapeutisch. Je hoort dezer dagen in de sfeer van web 2.0 wel eens horen dat het een goede zaak is als medewerkers van bedrijven of organisaties bloggen over het werk. Een persoonlijke kijk op de zaken die als het ware een onderdeel wordt van de corporate communication. Wel, ik sluit me daarbij aan. Wie anders dan de mensen op de werkvloer kunnen getuigen over het dagelijkse reilen en zeilen? Erg veel werkgevers huiveren bij dit idee omdat men dan verwacht dat ook de spreekwoordelijke vuile was naar boven zal komen. Maar waarom zou kritiek niet welkom zijn? Als je de mensen een forum geeft, zal er ook een dialoog ontstaan en kan je eventuele problemen sneller en efficiënter aanpakken. En als het goed zit, dan kan het ook eens gezegd worden!
Een voorwaarde voor dat laatste is natuurlijk dat de werknemer in kwestie zich goed in zijn vel moet voelen. Maar, zoals jullie inmiddels kunnen getuigen, zit dat bij deze werknemer van de Provinciale Hogeschool Limburg wel snor.
Jobpunt, bedankt en tot volgend jaar op ons JOB-event!