dag 2 van mijn blogweek, goeiemorgen, once again…
In principe werk ik ’s woensdags de hele dag thuis, maar ik moest dringend met iemand overleggen en vandaag was de eerste dag dat het kon, dus kom ik gewoon naar Brussel. Op zich is mijn afdelingshoofd voldoende flexibel en zou ik mogelijk mijn dag deze week kunnen verplaatsen, maar ik word ook weleens eens ambetant van dat gegoochel met thuiswerkdagen. Het is en blijft een gunst van je werkgever, met de afspraak dat je thuiswerkdag geen excuus is om niet naar een vergadering te komen. Ik probeer dat ook te respecteren. Bovendien weet ik intussen dat mijn afdelingshoofd flexibel is als het echt nodig is en een mens moet niet altijd rechten claimen die in se gunsten zijn. Iets wat men wel eens lijkt te vergeten. We mogen als Vlaamse ambtenaren zeker niet klagen als het over verlofstelsels gaat en flexibiliteit in werken, althans mijn ervaring.
Naar Brussel dus vandaag. Vanmorgen thuis op tijd vertrokken, maar een verkeersopstopping verhinderde dat ik rustig om 8u30 op het werk aankwam. Terug de trein beginnen nemen zou al helpen, waarom niet eigenlijk? In de auto heb je natuurlijk niet het sardiene-effect vanop de trein, maar de trein is gratis en je kan onderweg iets lezen indien nodig, of gewoon slapen, wat meer aan mij besteed is. Probleem met slapen op de trein is wel dat ik, met mijn bijna 2 meter, nogal opgevouwen in de trein zit en nogal hoog met mijn hoofd waardoor dit van mijn steunhand valt, wat weleens tot grappige edoch lastige ochtendsituaties leidt. Het is als staand slapen, waarvan ik ooit heb gelezen of gehoord dat dit enkel aan paarden besteed is. Tot nader order ben ik geen paard, maar dit terzijde.
9u10 arriveer ik in mijn cockpitje, computertje op, koffietje halen, mailtje naar jobpunt sturen dat mijn eerste blogverslagje van gisteren (dinsdag) wat later zal toekomen wegens beetje krap in tijd gisteren, we beginnen al goed. De webvirtuoze van Jobpunt (geweldig swingende titel vind ik dat, waarvan ik op zich al vrolijk word) zegt dat het geen probleem is, tegen 12u bezorg ik het haar zeker.
Even wat mailtjes checken, verschillende van kernteam Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Zoals gisteren gezegd, morgen meer daarover, maar één ding is zeker, ze gaan daar goed vooruit en ik ga er mijn (weliswaar interessante) bezigheid mee hebben. Liever zo dan anders, maar deze week is al korter en lijkt vandaag in mijn hoofd maar 3 dagen te duren. Anderzijds, wat druk op het keteltje doet wel eens mooier fluiten.
Om 9u30 zit ik een uurtje samen met de klachtencoördinator van het departement om samen te bekijken wat we gaan antwoorden op een recent binnengelopen klacht. De procedure ligt vast, maar de interpretatie van de eigenlijke klacht is niet altijd evident en even samenzitten met de coördinator helpt in dit geval. Ik had het gisteren niet vermeld, maar ik ben dus ook klachtenbehandelaar van het VIPA. Aangezien ik, samen met een collega, de enige binnen het VIPA ben die geen investerings-dossiers behandelt, en dus geen betrokken partij ben indien er klachten komen, heb ik die rol toegewezen gekregen. Soms een delicate rol omdat het wel eens betrekking heeft op het werk van collega’s. De klachtenprocedure volgen en een antwoord geven op de klacht van de klager, daar houden we ons aan. Ik ga en kan hier niet uitweiden over de inhoud van de klacht, want als klachtenbehandelaar is deontologie geen loos woord.
10u30 terug en ik moet toegeven dat ik nu iets merkwaardigs ga schrijven: tijd om aan mijn blog van gisteren te beginnen schrijven. Sorry baas, dat was niet de bedoeling. Die cursus timemanagement of ‘ hoe zeg ik op tijd nee?’ is misschien toch geen slecht idee. Eén probleem, ik krijgt dat niet ingepland, daarvoor moet ik namelijk die cursus volgen, oh ironie. Iets later dan afgesproken bezorg ik mijn blogverslag aan Jobpunt en ze zaten er blijkbaar op te wachten, want niet veel later staat het op hun site. Ik merk wel dat mijn bijdrage van één dag ongeveer even lang is als de bijdrage van anderen voor een hele week, maar kort en gevat schrijven is niet echt mijn sterke kant. Om een toespraak te schrijven of bijdrages voor allerhande publicaties en teksten is dit veelal een positief punt, maar een mens steekt daar tijd in en je weet, timemanagement …
Mailtje i.v.m. verlof planning juli en augustus en vervoer naar Overijse volgende week vrijdag voor de 5e verjaardag van ons departement. We worden verwacht om 12 u voor een receptie en fijn samenzijn met alle collega’s van ons departement in het glooiende Overijse, de week kan slechter eindigen. We worden met aandrang verwacht om 12u. Ik had evenwel vorige week een uitnodiging gekregen om in Antwerpen met een soort jury/werkgroep een concreet ontwerp van een nieuw woonzorgcentrum te bespreken. In de werkgroep architecten, directeurs van woonzorgcentra, … Ik vind dat heel interessant en ik beschouw dat ook als momenten om de ‘touch’ met de sector te behouden. Ik heb mijn ideeën over concepten van woonzorgcentra, opgebouwd in een decennium zorgstrategische planning en uit contacten te velde, maar ze echt vertalen in een concreet ontwerp is nog iets anders, maar des te interessanter. Vanuit Brussel ideeën hebben is één zaak, ze concreet vertalen en merken en horen wat kan, wat pro en contra is, is soms een heel andere. Ik vind dat mateloos boeiend.
Toen ik nog zorgstrategische plannen begeleidde, vroeg een directeur van een voorziening bijzondere jeugdbijstand me om de procedure en het opzet en de nut van het opstellen van een zorgstrategisch plan eens te komen toelichten voor zijn personeelsleden, voornamelijk opvoeders. De eerste keer dat ik die vraag kreeg, te meer daar ik in Brussel de directeur alles al had uitgelegd. Ik gaf hem aan dat ik dat graag wilde doen, maar niet goed begreep waarom hij dat zelf niet kon. Hij zei dat hij het, als nieuwe directeur in de voorziening, belangrijk vond dat de Vlaamse overheid (Brussel in de volksmond), letterlijk een gezicht kreeg voor zijn medewerkers. Zo’n plan opstellen vergt wel wat werk en bespreking en op die manier had hij zijn mensen direct mee. Het was een geweldig toffe dag, klein zaaltje, eigenlijk de koffiekamer, iedereen op elkaar gepropt en de projector op een koelkast of een stapel papier en ik legde het hoe en waarom uit op een manier dat niet ingewijden konden volgen, waarmee ik de opvoeders niet wil onderschatten, maar als je iets 100 keer op een jaar in Brussel uitlegt in je veilige kantoor en plots op verplaatsing voor een minder gangbaar publiek spreekt, stel je vast dat wat jij evident vindt, niet altijd zo is. Een ervaring die mij zoals je merkt tot vandaag herinner en die me steeds bewust heeft gemaakt van de latente dreiging van het ivoren torendenken en -handelen. Zo let ik tot op vandaag bvb. bij het updaten van onze website en het aanbieden van informatie dat het toegankelijk en begrijpbaar is voor iedereen, sommige technische specialiteiten niet te na gesproken.
In zijn nieuwjaarstoespraak citeerde onze secretaris-generaal Louis Tobback die kritiek uitte op de groeiende regelneverij van de Vlaamse overheid. Los van de discussie over de mate waarin Louis Tobback gelijk had of niet, gaf het wel aan dat het streven naar beter met alle goeie bedoelingen, soms wel een averechts effect heeft of toch zeker anders overkomt dan we bedoelen.
Terug naar mijn cockpitje. Ik bezorg mijn gisteren gevraagde advies over het zorgstrategisch plan aan mijn collega van het agentschap Zorg en Gezondheid en vink weer een taakje af. De komende dagen zal ik vooral nog werk hebben met de afhandeling van de klacht waarvan vanochtend sprake, dus klaag niet dat het een paar keer terug komt deze week. Dank bij voorbaat.
Er waaien nog wat mails van het kernteam binnen met documenten en de agenda van morgen-namiddag. Ik mail even naar de expert die het kernteam leidt dat ik momenteel niet echt de tijd vind om alles te lezen. Je kan het beter aangeven, dan half werk doen en achteraf alles moeten aanpassen.
Rond 17u nog een mailtje van mijn afdelingshoofd gekregen dat het OK is dat ik volgende week vrijdag naar de jury in Antwerpen ga en iets later aansluit op de receptie in Overijse. Heel fijn werken met mijn afdelingshoofd, altijd geweest. Ik had hem gemeld dat ik voor Jobpunt ging bloggen, waarop hij aangaf mij niet te willen censureren en dat ik daar geheel vrij in was. Al lachend gaf hij mee dat ik toch wel lieve zaken zou schrijven over ons departement of het VIPA. Dus ik herhaal: ‘heel fijn werken met mijn afdelingshoofd’, een mens weet nooit waarvoor het goed is.
Voor alle duidelijkheid, dit is een grapje, niemand zet me hier onder druk om wat dan ook te schrijven. Je weet nooit wie zo’n blog leest en wat ze ervan denken of maken.
Vandaag merk ik dat er verschillende zaken samenkomen die maken dat ik moet timen, plannen en ook zeggen wanneer het even wat veel tegelijk is. Ik word soms chagrijnig van mensen die zeggen dat ze het druk hebben, terwijl ik te stelligste het vermoeden heb dat dit niet zo is, maar ik merk dat het de komende dagen en misschien weken echt wel het geval zal zijn bij mij. Ik vind dat geweldig, maar het betekent ook dat ik sommige beloftes moet herzien, timingen moet verschuiven en dat is soms wat link. Mensen vragen in de lift of elders wel eens als standaard ‘En druk op het werk zeker?’ als alternatief voor ‘hoe is het? En ik antwoord meestal bewust ‘Nee, dat valt heel goed mee’ of ‘Niks onoverkomelijks’ al is het maar uit principe. Grote ogen en verwonderde blikken zijn meestal het gevolg. Het is not done om niet te zeggen dat je het druk hebt. In de praktijk heb ik het vermoedelijk niet meer of minder druk dan mijn liftgezel, maar we moeten ook en vooral niet druk doen.
Vandaag om 16u naar huis, ik moet nog ergens naartoe. Weer een fijn werkdagje. Doelstelling van morgen: een blog van minder dan 2 bladzijden! Ijdele hoop, weet ik nu al.