Archieven voor juni 2011

Heidi, persverantwoordelijke Vlaanderen Vakantieland bij Toerisme Vlaanderen – woensdag 29 juni 2011

donderdag 30 juni 2011

Deze voormiddag had ik vrij genomen. Ik zit middenin een huizenjacht. Het huis beviel me wel maar is eigenlijk iets boven budget. Het spel van bod en tegenbod kan beginnen…

Op de middag stond een twunch (twitter + lunch) in Brussel op het programma. Leuke manier om nieuwe mensen te leren kennen. De hipste ambtenaar was ook aanwezig J

Na de twunch blijft het rond social media draaien. Samen met de collega die verantwoordelijk is voor online marketing bekijken we het social media-plan. Heel veel plannen en mogelijkheden hier en we willen het goed aanpakken. De eerste stappen voor een volgend pilootproject worden gezet.

Iets voor 16u krijgen we leuk nieuws: één van de hoogzwangere collega’s (een echte babyboom hier: 6 bolle buiken op de afdeling) is bevallen. Een meisje!

De rest van de middag ben ik bezig met de opening van domein Grasduinen. De laatste details worden afgecheckt met de betrokkenen en de aanwezigenlijst krijgt nogmaals een update.

Heidi, persverantwoordelijke Vlaanderen Vakantieland bij Toerisme Vlaanderen – dinsdag 28 juni 2011

woensdag 29 juni 2011

Donderdag opent minister Bourgeois het nieuwe recreatiedomein Grasduinen in Bredene. Dit is een investeringsproject van Toerisme Vlaanderen. De persuitnodiging ging vorige week de deur uit. Heel wat genodigden bevestigden hun komst. Ik geef de lijst van aanwezigen door aan het kabinet en overloop het draaiboekje nog even. Morgen mag ik het promomateriaal niet vergeten!

In de namiddag komt Fons Van Dyck het nieuwe merkbeleid voor Vlaanderen toelichten. Gelukkig is er airco in de vergaderzaal. Voor ik naar huis ga, beantwoord ik nog even de dringendste mails.

Heidi, persverantwoordelijke Vlaanderen Vakantieland bij Toerisme Vlaanderen – maandag 27 juni 2011

dinsdag 28 juni 2011

Na een superleuk weekend (het zonnetje gisteren zorgde voor een fijn Vlaanderen vakantielandgevoel) is het back to reality als de wekker om halfzes gaat. Da’s vroeg maar zo kan/mag ik nog een keertje op snooze drukken vooraleer ik écht moet opstaan.

Vier keer in de week pendel ik van Oostende naar Brussel. De week begint al meteen goed want de trein van 6u42 haal ik net niet. Dat wordt dus de boemeltrein die 5 minuutjes later vertrekt maar er wel een halfuur langer over doet… Ik probeer mijn tijd op de trein nuttig te besteden: krant lezen, twitter checken, studeren of nog een beetje bijslapen.

Het is al 8u40 als ik ons gebouw op de Grasmarkt binnenstap. De Grasmarkt ligt vlakbij het Centraal Station (handig voor de pendelaars) en nog dichter bij de Grote Markt (instant vakantiegevoel tijdens je lunchpauze). Spring zeker eens binnen in ons infokantoor Visit Flanders als je in Brussel bent!

Snel nog even inchecken op 4SQ (www.foursquare.com) en de werkdag kan beginnen.

Vorige week stuurden we een persbericht uit over de eerste Augmented Reality (AR)-toepassing van Toerisme Vlaanderen. Via de laag ‘OntdekVlaanderenNU’ en de gratis app Layar kan je met je smartphone meer dan 28.000 adresjes in Vlaanderen ontdekken. De media pikten het bericht goed op. Een journalist mailt me nog met extra vragen en ik stuur beeldmateriaal door.

Voor de binnenlandse markt hou ik me vooral bezig met de perswerking en social media. De tweets van @VlaVakantieland komen dus meestal van mij. Ik probeer de volgers regelmatig te voorzien van leuke vakantietips in eigen land en snel te reageren als ze een vraag of opmerking hebben.

De rest van de voormiddag besteed ik aan het doornemen van de weekendkranten (vooral de reispagina’s), het updaten van de perslijst en het beantwoorden van mailtjes. Omdat mijn collega van een dagje vrij geniet, neem ik ook de mailtjes van de areabinnenland-mailbox door.

Na een gezellige lunch met de collega’s zoeken we binnen terug afkoeling. Er is een dringende vraag binnengekomen van een journaliste en ik zoek de gevraaagde informatie. Gelukkig helpen de persmedewerkers van de provinciale toeristische federaties me hierbij. Ondertussen zoek ik ideetjes voor persreizen in het najaar om Vlaanderen te promoten als verblijfsbestemming voor korte vakanties.

Bart, adviseur Noord-Zuidbeleid bij provinciebestuur Antwerpen & organisator Mano Mundo Festival – dinsdag 21 juni 2011

woensdag 22 juni 2011

Vandaag wel met de trein naar ’t werk… heerlijk de combinatie half uur treinen en eventjes op de plooifiets. Onderweg al wel wat gewerkt, want toen dacht ik nog dat presentatie dringend af moest zijn … Ondertussen werd echter duidelijk dat er vanavond te weinig bestuurders aanwezig kunnen zijn, dus stellen we onze bestuursvergadering van Mano Mundo uit naar begin september. Dat geeft ineens wat ademruimte in de week … en ruimte om andere projecten voor te laten gaan.

Het is “Ambtenarendag”, een weinig originele benaming voor een dagje vorming en ontmoeting voor wereldconsulenten van de gemeentebesturen van de provincie. Een goede opkomst, ondanks dat er tegelijkertijd een aanbod is voor duurzaamheidsambtenaren (in sommige gevallen dezelfde persoon). De nood van een transitie naar een meer sociaal-ecologische geörienteerde samenleving én economie wordt al snel voor iedereen duidelijk. De klimaatproblematiek en de gevolgen ervan voor het Zuiden vormen de rode draad vandaag én in de campagne van o.a. 11.11.11.

Terug op bureau de jammer de vaststelling dat er alsnog iets misgelopen is met het drukwerk: blijkbaar een technisch mankement dus bepaalde lettertypes niet doorgekomen. Gelukkig hadden we geen te grote oplage besteld en kan de fout snel rechtgezet worden. Het zoeken van nieuwe vergaderdata vergt behoorlijk wat tijd, begrijpelijk dat sommigen dit graag delegeren, alhoewel ik mijn planning liever zelf verzorg. Vanavond nog een kort overleg, tenzij mijn collega er alleen naartoe gaat … dat zou mooi zijn want thuis ook nog genoeg te doen momenteel …

Bart, adviseur Noord-Zuidbeleid bij provinciebestuur Antwerpen & organisator Mano Mundo Festival – maandag 20 juni 2011

dinsdag 21 juni 2011

Eventjes iets vertellen over mezelf en de overheidsdienst waar ik voor werk, alvorens van wal te steken met mijn dagdagelijkse belevingen…

Een tiental jaren geleden begon ik als evenementenverantwoordelijke voor provinciaal recreatiedomein De Schorre in Boom, tegenwoordig ook bekend van festival Tomorrow Land en vele andere evenementen. Doorheen de jaren ben ik me meer en meer gaan toeleggen op de organisatie van Mano Mundo,  het grootse mondiale festival dat vertrekt vanuit een sterk samenwerkingverband met de brede Noord-Zuidbeweging. Sinds eind 2008 ben ik dan naar mijn huidige dienst verhuisd waar we de mogelijkheid kregen een volwaardig team rond Mano Mundo op te bouwen. De regisseursrol nemen we nu met een klein team op.

Naast het festival ben ik ook met beleidsadviserend werk en het opzetten van bijvoorbeeld vormingstrajecten voor projectwerk in het Zuiden en de opvolging van onze provinciale projecten voor duurzame ontwikkeling in oa de Filipijnen en Guatemala. Mijn vrije tijd besteed ik graag onder vrienden, cultuur belevend, sportief en avontuurlijk buiten, mijn leergierigheid stillend, al reizende ontdekkend of gewoon “T-time” met mijn zoon Tabo :-) .

Maandag. Na de ochtendrush met als ingrediënten (noodzakelijkerwijs) auto nemen om zoon tijdig op school te krijgen, vervolgens ergernis in het drukke verkeer en verlangen naar fiets … toch nog op tijd voor eerste vergadering met één van onze gedeputeerden om de voorbije editie van Mano Mundo na te bespreken. Mooie editie, tienduizenden bezoekers en sensibiliserende doelstellingen behoorlijk goed bereik, maar ook bezorgdheid over toekomst want zo’n grootschalig evenement gratis blijven houden is geen sinecure.

Amper goed en wel terug op bureau en de eerste reeks mails gelezen en beantwoord, stonden de mensen van de bewakingsfirma er voor wederom een evaluatie van de door hen uitgevoerde opdrachten tijdens het voorbije festival. Positief samenwerken was ’t alleszins. Dienst Ontwikkelingssamenwerking van Stad Antwerpen stuurt me hun aanbod toe voor vormingen “Noord-Zuid Gelinkt”, een gezamenlijk initiatief voor capaciteitsversterking van de vele 4de pijlerinitiatieven actief in ontwikkelingslanden. Vervolgens laatste correcties drukproeven van onze folders voor een gelijkaardige vormingsreeks in Turnhout.

De middagpauze wat verlengd door dromen en plannen voor de organisatie van een klimstage in de Alpen in 2012 … nog zoiets waar ik graag tijd voor maak. Terug ‘ingetikt’ en met een heerlijke tas dampende fairtrade koffie achter de laptop voor het uittypen van vergaderverslagen. Ter voorbereiding van de bestuursvergadering van vzw Mano Mundo analyseer ik verschillende rapporten over uiteenlopende thema’s (gaande van profielonderzoek bezoekers tot voedselveiligheid en metingen van het geluidsniveau tot tevredenheidsonderzoek bij onze 1300 medewerkers).

Dan is het plots tijd om me naar het oudercontact in de kleuterschool te haasten. Tegen de avond aan thuis verder werkende aan een powerpoint-presentatie tot 18u30. “De infrastructuur van de treinlijn Puurs-Temse” is beschadigd, er rijden vervangbussen”; helaas haal ik dan mijn treinverbinding naar Gent niet, dus toch alweer de auto in voor naar de barbecue van de Festivalfederatie te gaan, een jaarlijkse traditie en goed netwerkmoment.

Lekker gegeten maar moe thuis gekomen…

Christophe, beleidsadviseur bij Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden – vrijdag 17 juni 2011

maandag 20 juni 2011

mijn laatste blogdagje

Vrijdag is er klassiek weinig volk aanwezig, vandaag 5 van de 22 collega’s om precies te zijn.  Iets rustiger werken ook dan.

Ja, we gaan het een beetje missen dat bloggen.  Ik schrijf al eens graag een tekstje.

Ik heb gemerkt dat ik in mijn blogrubriekje veel schrijf over de mailtjes die ik dagdagelijks krijg.  Misschien lijkt het zo dat ik alleen maar e-mails verstuur of veel mails krijg op een dag.  Niets is minder waar.  De reden dat ik dat doe heeft eigenlijk meer te maken met een reconstructie van mijn dag.  Ik doe vanalles op een dag en weet ’s avonds niet altijd meer goed wat ik allemaal gedaan heb.   Mijn e-mails helpen me deels mijn dag te reconstrueren, vandaar.  Op zich krijg ik niet zo veel mails, aangezien ik bijna niet met onze klanten (voorzieningen) werk, in tegenstelling tot de andere collega’s.  Wat ik wel doe is ideetjes die ik in de loop van de dag heb, bezorg aan mijn afdelingshoofd of aan collega’s om af te toetsen.  Ik ben namelijk heel slecht in briefjes bijhouden en goed archiveren.  Mailen is een vorm van archiveren voor mij.

Soit, vrijdag dus.  Naar aanleiding van de opmerking van een collega dat ons PPS-uitvoeringsbesluit in het Belgisch Staatsblad was gepubliceerd, heb ik het vanmorgen direct op onze website gepubliceerd, zoals ik altijd doe als er beweging zit in onze regelgeving  Gisteren commotie omdat Zorgnet Vlaanderen ons had gecontacteerd dat het PPS-besluit was gepubliceerd en wij wisten dat niet.  Uiteraard is dat enorm ambetant dat anderen sneller iets weten over onze materie dan wijzelf.  Aangezien het mijn job is de vergaderingen van de Vlaamse regering en ook de publicaties in het Belgisch Staatsblad op te volgen, voelde ik mij ambetant.  Toen ik merkte dat het slechts enkele uren op het Staatsblad relativeerde ik de commotie toch enigszins.  Ik heb maar 2 handen, ik heb het al gezegd.  Enige zin voor nuance kan het leven soms iets aangenamer maken.

Naast PPS in het Staatsblad heeft de Vlaamse regering een VIPA-verzamelbesluit principieel goedgekeurd.  Dit gaat nu naar de Raad van State.  Ook dat dus op onze site.

Het doet er me aan herinneren dat ik de capaciteiten van de goedgekeurde projecten ook nog op de site moet zetten, maar even geen hele dag tijd om dat te doen.

Om niet terug enkel te babbelen over mijn ongetwijfeld interessant mailverkeer toch een fijne: mijn afdelingshoofd stuurt een mail naar mezelf en alle collega’s dat ik dit jaar de functioneringstoelage (de zogeheten futo of premie in de volksmond) krijg binnen het VIPA.  Ik wist het al eerder, maar nu dus iedereen.  Fijne reacties van de collega’s, wat minstens zo plezant is als de futo op zich.  Altijd fijn als je leidinggevenden je werk appreciëren.  “En gij wist dat dus al en gij zegt ons niks!”  Ja, zwijgen kan ik nogal goed.

Vandaag een overzichtje gemaakt voor onze stafvergadering van maandagochtend over de goedgekeurde voorstellen van regelgeving van de Vlaamse regeringen sinds 27/05.  Dit is één van mijn taken, zoals in begin aangegeven.  Zo’n opdracht die ik op zich graag doe, maar waar ik, zoals vandaag ook, meestal teveel tijd insteek.  Ik wil namelijk weten waarover ik schrijf.  Ik recupereer slechts een 4-tal items die relevant kunnen zijn voor het VIPA.  Zoals gezegd o.a. het verzamelbesluit van het VIPA.  Normaal maak ik van onze eigen regelgeving op onze site een kleine samenvatting zodat mensen ook weten wat die goedkeuring eigenlijk inhoudt.  Wegens tijdsgebrek momenteel, zal dit even moeten wachten.

Om 14u zit ik even samen met een collega van het agentschap Zorg en Gezondheid om de opvolgingslijst van het Limburgplan te corrigeren.  Na een uurtje zijn we rond.  Grappig is dat mijn collega een volgens mij hele goede en overzichtelijke lijst gebruikt om die gegevens op te volgen.  Ik heb zoiets niet, maar het zou wel handig zijn.  Als hem dit zeg, wijst hij me er fijntjes op dat hij die lijst enkele jaren terug van mij heeft gekregen en links en rechts iets verfijnd heeft.  Wel grappig, dat ik dat zelf niet meer weet.  Recent heb ik dat ook bij een collega gehad die me zei dat ik naar een lijst vroeg die achteraf eigenlijk door mezelf ineengebokst bleek te zijn.  In alle bescheidenheid: ik vond die lijsten niet slecht.

Mijn afdelingshoofd stuurt een collega en mezelf een vraag van een initiatiefnemer door m.b.t. bepaalde gegevens zodat hij een benchmark kan maken voor een inschatting van m² en kosten voor de bouw van een woonzorgcentrum en een lokaal dienstencentrum.  Toevallig zie ik die man vermoedelijk volgende week op een vergadering en zal ik hem erover aanspreken.  Zijn vraag geeft mijn collega en mezelf de inspiratie om die gevraagde gegevens vanaf dit jaar systematisch te registreren in ons kennisloket.  Om onze databank stelselmatig uit te bouwen heeft ons afdelingshoofd vooropgesteld elk jaar een nieuw soort gegevens op te nemen in ons kennisloket, de betrokken databank.  Het eerste jaar zijn we begonnen met de capaciteiten, vorig jaar met de verhouding subsidie/totale bouwkost en dit jaar mogelijk de m² van nieuwbouw.  Gelet op ons beperkt aantal collega’s die zich kunnen bezig houden met het registreren van dergelijke gegevens, laten we het meestal aan de jobstudenten om alle dossier uit te pluizen en die gegevens te registreren.  Ook even nagedacht hoe we bepaalde gegevens gaan verzamelen.  Ik werk intussen meer dan 12 jaar samen met mijn collega en eigenlijk nooit een scheef woord gehad.  We zijn redelijk complementair, hebben allebei een positieve drive in ons werk en zijn altijd bereid mekaar te helpen.  Belangrijk is ook dat we altijd bij elkaar terecht kunnen voor feedback als we ergens mee zitten.  We verschillen ongeveer 25 jaar in leeftijd, maar je merkt daar eigenlijk niks van, wat veel zegt over de drive van mijn (oudere) collega.  Zo maken ze ze niet meer elke dag.  Grappig is wel dat je met de jaren merkt dat ik iets temperamentvoller ben geworden en mijn collega iets rustiger, terwijl het vroeger omgekeerd was.  Hij ging nogal rechtdoor wat regelmatig aanleiding gaf tot commotie en ik was diplomatischer.  Zoals gezegd, grappig om zien.

Vandaag iets vroeger naar huis, want vanavond ergens naartoe en tot dan nog het één en ander aan mijn hoofd.  Om 16u15 sluiten we hier de boekskes.

Prettig weekend en hopelijk tot nog eens.

Waarempel, ik ben erin geslaagd een blogverslag van minder dan 2 blz. te schrijven, de wonderen zijn de wereld nog niet uit.

Christophe, beleidsadviseur bij Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden – donderdag 16 juni 2011

vrijdag 17 juni 2011

Goeiemorgen,

Gebruikelijk ochtendritueel.  Weinig volk vandaag, rustig dus, just what I need.

Mailtje van de collega met alle gegevens i.v.m. Life Cycle Cost Analyse die hij graag op de website wil.  Ik meld hem, zoals gisteren gezegd, dat ik het bekijk, maar pas op de site zal kunnen eind juni.  Om niet alles uit te stellen, mail ik intussen wel onze websitetechnicus om te kijken wat er technisch mogelijk is.  Gelet op andere prioritaire werkzaamheden en verlof in juli, zitten we samen ergens half juli.  Ik geef ook enkele andere zaken ter bespreking aan.

Iets later een mailtje van de werkgroep die bezig is met het ontwikkelen van zorgindicatoren (heb ik jullie dinsdag al aangegeven).  Men zoekt een datum voor de vergadering van september waarop ze hun eerste versie van het rapport gaan presenteren.  Tegenwoordig gebeurt dat allemaal met een doodle.  Waarschijnlijk handig, maar ondanks mijn eerder jonge leeftijd, ervaar ik dat die technologie allemaal snel als vanzelfsprekend wordt ervaren.  In een professionele context vind ik het woord ‘doodle’ ook gewoon te schattig.  Bijna gezellig clubje dat een datumpje afspreekt om eens gezellig te babbelen over indicatortjes.  Versta me niet verkeerd, ik neem graag deel aan de werkgroep en alles verloopt gemoedelijk en voldoende professioneel, maar ik kan niet laten om met sommige zaken minstens te glimlachen, zoals het fenomeen doodlen.

Men stelt de vraag ook om tegen 1 juli de bijgevoegde tekst van 33 blz. te lezen en opmerkingen of reacties te geven.  Doe ik graag, maar ik moet dat inplannen of het schuift op, intussen weet ik dat.  Vroeger vond ik dat nogal hoogdravend om alles wat je doet in je agenda te plannen (iedereen kan dat lezen).  Ik  zette er enkel vergaderingen in.  Intussen vind ik het een handig geheugensteuntje voor mezelf, zeker als ik wat meer zaken tegelijk aan mijn hoofd heb die allemaal een verschillende ‘deadline’ hebben.  Het helpt, point final.

Iets voor de middag een uitnodiging van de Vlaamse ombudsman om binnen 2 weken de voorstelling van zijn jaarverslag bij te wonen in De Schelp van het Vlaams Parlement.  Toffe zaal en op zich en een gelegenheid om me iets meer te betrekken bij klachtenbehandeling, al moet ik toegeven dat ik voornamelijk de VIPA-klachten goed wil afwerken en voor bijkomende info naar onze departementale klachtencoördinator stap.  Anderzijds weet ik dat zo’n events je wel eens een goeie boost kunnen geven.  We zullen zien, maar vermoedelijk heb ik andere zaken te doen binnen 2 weken.

Een mailtje van een collega met de vraag of ik weet heb van een analoog VIPA-fonds in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.  Ik moet toegeven dat ik dat eigenlijk niet weet, wat ik als beleidsadviseur op zich niet kunnen vind.  In Wallonië bestaat zoiets wel, maar daar hebben we nu niks aan.  Ik heb altijd het idee dat ik alles moet weten wat relevant is of kan zijn voor het VIPA en bij vragen als deze stel ik mezelf een beetje teleur.  Maar ja, ik heb ook maar één hoofd natuurlijk.

Er stromen in de loop van de dag verschillende mails van het kernteam Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) binnen, zoals quasi dagelijks.

Om 14u komt het kernteam BRV samen in het Boudewijngebouw i.p.v. het Phoenixgebouw zoals normaal.  We gaan in een 5-tal werkgroepjes brainstormen over de verschillende uitgangspunten van het BRV.  Ik heb mezelf opgegeven voor een werkgroepje i.v.m. integrerend beleid, een item dat ik ook herken in ons beleidsdomein.  Ik heb gisteren nog een mailtje naar de projectleider gestuurd om aan te geven dat ik momenteel onvoldoende tijd heb om alle documenten te lezen en als totale nitwit in ruimtelijke ordening de essentie van het vorige Ruimtelijke Structuurplan Vlaanderen (RSV) nog niet heb kunnen lezen, kwestie van toch de nodige achtergrond te hebben.  Ik word altijd ambetant als ik niet weet wat het kader is waarbinnen ik werk, wat de essentie is.  De essentie van iets is zelden heel complex, maar je moet ze wel kennen natuurlijk.  Een beetje zwemmen zonder dat je weet hoe diep het zwembad is en hoe ver je van de kant bent, mocht je even verdrinken.

Vandaag had ik echt een goed gevoel.  Iedereen kon zijn ding zeggen en er werd evenwaardig gediscussieerd.  In een grote groep is het niet altijd even evident om iedereen zijn punt te laten zeggen en overal op te reageren.  Al moet ik er hier aan toevoegen dat de sfeer open en gemoedelijk is en toch ook enorm to the point.  Ik voel me zelden geremd om, ook in de grote groep, mijn gedacht te zeggen, maar merk dat mijn iets beperktere kennis van het RSV me soms beperkt in het volgen van alle discussies.  Soit, ik heb er eigenlijk wel vertrouwen in dat het goed komt, zeker na vandaag.

Ik had jullie dinsdag een uitgebreidere toelichting beloofd over het BRV, dus hier toch even aangeven wat en hoe, maar vooral wat mijn rol is, want dat is toch de bedoeling van de blog.  Het bestaande RSV dat midden jaren negentig is opgesteld, is voornamelijk vanuit het beleidsdomein ruimtelijke ordening geschreven, met weinig betrokkenheid en rekenschap van andere beleidsdomeinen of maatschappelijke invalshoeken.  Het was ook eerder rigide opgesteld, met niet zo veel ruimte voor nieuwe ontwikkelingen en flexibiliteit.  Dit BRV, als opvolger voor het RSV, wil men expliciet opstellen met de betrokkenheid van de verschillende beleidsdomeinen.  De collega’s van ruimtelijke ordening houden nog de pen vast, althans een speciaal hiervoor aangeworven projectleider, maar ieders stem klinkt in se evenwaardig.  Voor het beleidsdomein WVG ben ik aangeduid om onze bijdrage te coördineren.  De bedoeling was dat elk beleidsdomein iemand 3 dagen per week ter beschikking stelde voor de respectievelijke bijdrages.  Praktisch heeft bijna elk beleidsdomein dit opgelost door meer dan één iemand aan te duiden en de tijdsinvestering zo te verdelen.  Namens WVG coördineer ik dus en kan ik een beroep doen op 2 collega’s van het departement.  Op zich geweldig interessant voor mezelf om te zien wat ik waard ben in zo’n opdracht.  Ik ben vanuit mijn vorige functies gewend om zelfstandig te werken zonder dat ik veel overleg met derden nodig had om mijn doelstellingen te bereiken.

Daarnaast moet ik met mijn 2 collega’s duidelijke taakafspraken maken zodat we niet allemaal hetzelfde doen en ik genoeg stof heb om teksten te produceren.  De afspraken zijn intussen gemaakt en iedereen kon er zich zonder problemen in vinden.  Ik ben eerlijk gezegd blij dat ik 2 collega’s heb die met ongeveer dezelfde positieve instelling als ik deze opdracht opvatten.  Ik moet wel nog een draagvlak creëren bij de andere agentschappen van het beleidsdomein.  Terug hoop ik op een constructieve houding, want ik heb ze echt nodig om de opdracht tot een goed einde te brengen.  Ik heb er mijn secretaris-generaal over aangesproken en hij staat open voor voorstellen of overleg war nodig.  Dit vind ik altijd heel belangrijk in mijn werk, een draagvlak hebben bij je leidinggevenden.  Ik heb in het verleden soms alleen gestaan met mijn meningen t.a.v. collega’s, terwijl ik vanuit mijn kennis en ervaring wist dat ik consequent en waarachtig mijn mening formuleerde.  Op die moment is het voor mij belangrijk dit aan te geven aan mijn leidinggevenden en is het voor mij cruciaal dat zij op dezelfde golflengte zitten of mij bijsturen waar nodig.  Zonder ruggesteun sta je serieus in je blootje als iedereen een andere mening heeft dan jou.  Ik probeer altijd draagvlak te vinden voor de zaken die ik doe.  Cruciaal.

Enfin, het BRV is voor mij something totally different, maar mijn spirit zit goed en dan ben ik al meer dan halfweg.  Zoals gisteren gezegd: het werktempo ligt hoog, maar creëert ook een goede sfeer en drive in de ploeg.  Ik speel graag in ploeg.

Rond 16u30 is de vergadering van het kernteam afgelopen.  De bespreking en discussies dreigden te lang uit te lopen en een deel van de agenda van vandaag is verplaatst naar volgende week.  Alle teksten lezen dus.  Ik doe mijn best, soms kan een mens niet meer doen.  Ik kan niet 20 bladzijden lezen als ik maar tijd heb voor 1.  Keuzes maken en organiseren, het worden voor mij dé woorden voor 2011.  Druk, druk, druk, ik wil er niet van weten of horen, we geraken er wel door.  The spirit vinden en houden in je werk is voor mij heel belangrijk.  Dat gaat met ups en downs, maar met een goeie spirit geraak je door de lastigere, saaie momenten en doen de ups des te meer deugd.  Dat is de essentie als je jezelf afvraagt of je je werk (nog) graag doet, wat mij wel eens overkomt: kan ik er nog de drive voor vinden of moet ik me dwingen en wroeten.  Je hebt altijd saaie of minder tot de verbeelding sprekende delen aan je werk, maar dat heeft m.i. iedereen.  Vraag is of je dit kan compenseren met genoeg andere toffe zaken.  Ik zeg hier volmondig ja.  Het swingt genoeg momenteel of ik doe het swingen, al ben ik meestal de eerste om mezelf te relativeren, wat ik geen slechte eigenschap vind, soms wel een vermoeiende.

Vandaag merkt een collega op dat een koepelorganisatie sneller wist dat één van onze besluiten was goedgekeurd door de Vlaamse regering dan dat het op onze website stond en dat dit eigenlijk niet kan.  Ik kan niet anders dan haar gelijk geven, maar ik heb al gezegd, ik heb maar één hoofd en 2 handen.  Het herinnert me wel aan het feit dat ik mijn systematiek om die zaken op te volgen, beter moet bewaken.  Liefst vandaag op de site, maar ik neem me voor om het morgen deftig te doen.  Mijn afdelingshoofd zegt wel duizend keer, niet enkel tegen mij: “We moeten er ons op organiseren, geen eenmalig shot, maar structureel verankeren in de werking van je organisatie”. In het begin vond ik dat altijd zwaar klinken en de reflex van ‘ja, ja’, maar intussen weet ik dat hij gelijk heeft, want zonder structuur en opvolging, slabakken bepaalde zaken.  Vandaag dus terug aan herinnerd, maar we lossen het weer wel op.

Minder dan 2 blz. bloggen zal voor nooit zijn.  Tot morgen voor de laatste blogdag.  Een mens zou het nog gaan missen.

Christophe, beleidsadviseur bij Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden – woensdag 15 juni 2011

donderdag 16 juni 2011

dag 2 van mijn blogweek, goeiemorgen, once again…

In principe werk ik ’s woensdags de hele dag thuis, maar ik moest dringend met iemand overleggen en vandaag was de eerste dag dat het kon, dus kom ik gewoon naar Brussel.  Op zich is mijn afdelingshoofd voldoende flexibel en zou ik mogelijk mijn dag deze week kunnen verplaatsen, maar ik word ook weleens eens ambetant van dat gegoochel met thuiswerkdagen.  Het is en blijft een gunst van je werkgever, met de afspraak dat je thuiswerkdag geen excuus is om niet naar een vergadering te komen.  Ik probeer dat ook te respecteren.  Bovendien weet ik intussen dat mijn afdelingshoofd flexibel is als het echt nodig is en een mens moet niet altijd rechten claimen die in se gunsten zijn.  Iets wat men wel eens lijkt te vergeten.  We mogen als Vlaamse ambtenaren zeker niet klagen als het over verlofstelsels gaat en flexibiliteit in werken, althans mijn ervaring. 

Naar Brussel dus vandaag.  Vanmorgen thuis op tijd vertrokken, maar een verkeersopstopping verhinderde dat ik rustig om 8u30 op het werk aankwam.  Terug de trein beginnen nemen zou al helpen, waarom niet eigenlijk?  In de auto heb je natuurlijk niet het sardiene-effect vanop de trein, maar de trein is gratis en je kan onderweg iets lezen indien nodig, of gewoon slapen, wat meer aan mij besteed is.  Probleem met slapen op de trein is wel dat ik, met mijn bijna 2 meter, nogal opgevouwen in de trein zit en nogal hoog met mijn hoofd waardoor dit van mijn steunhand valt, wat weleens tot grappige edoch lastige ochtendsituaties leidt.  Het is als staand slapen, waarvan ik ooit heb gelezen of gehoord dat dit enkel aan paarden besteed is.  Tot nader order ben ik geen paard, maar dit terzijde.

9u10 arriveer ik in mijn cockpitje, computertje op, koffietje halen, mailtje naar jobpunt sturen dat mijn eerste blogverslagje van gisteren (dinsdag) wat later zal toekomen wegens beetje krap in tijd gisteren, we beginnen al goed.  De webvirtuoze van Jobpunt (geweldig swingende titel vind ik dat, waarvan ik op zich al vrolijk word) zegt dat het geen probleem is, tegen 12u bezorg ik het haar zeker.

Even wat mailtjes checken, verschillende van kernteam Beleidsplan Ruimte Vlaanderen.  Zoals gisteren gezegd, morgen meer daarover, maar één ding is zeker, ze gaan daar goed vooruit en ik ga er mijn (weliswaar interessante) bezigheid mee hebben.  Liever zo dan anders, maar deze week is al korter en lijkt vandaag in mijn hoofd maar 3 dagen te duren.  Anderzijds, wat druk op het keteltje doet wel eens mooier fluiten.

Om 9u30 zit ik een uurtje samen met de klachtencoördinator van het departement om samen te bekijken wat we gaan antwoorden op een recent binnengelopen klacht.  De procedure ligt vast, maar de interpretatie van de eigenlijke klacht is niet altijd evident en even samenzitten met de coördinator helpt in dit geval.  Ik had het gisteren niet vermeld, maar ik ben dus ook klachtenbehandelaar van het VIPA.  Aangezien ik, samen met een collega, de enige binnen het VIPA ben die geen investerings-dossiers behandelt, en dus geen betrokken partij ben indien er klachten komen, heb ik die rol toegewezen gekregen.  Soms een delicate rol omdat het wel eens betrekking heeft op het werk van collega’s.  De klachtenprocedure volgen en een antwoord geven op de klacht van de klager, daar houden we ons aan.  Ik ga en kan hier niet uitweiden over de inhoud van de klacht, want als klachtenbehandelaar is deontologie geen loos woord.

10u30 terug en ik moet toegeven dat ik nu iets merkwaardigs ga schrijven: tijd om aan mijn blog van gisteren te beginnen schrijven.  Sorry baas, dat was niet de bedoeling.  Die cursus timemanagement of ‘ hoe zeg ik op tijd nee?’ is misschien toch geen slecht idee.  Eén probleem, ik krijgt dat niet ingepland, daarvoor moet ik namelijk die cursus volgen, oh ironie.  Iets later dan afgesproken bezorg ik mijn blogverslag aan Jobpunt en ze zaten er blijkbaar op te wachten, want niet veel later staat het op hun site.  Ik merk wel dat mijn bijdrage van één dag ongeveer even lang is als de bijdrage van anderen voor een hele week, maar kort en gevat schrijven is niet echt mijn sterke kant.  Om een toespraak te schrijven of bijdrages voor allerhande publicaties en teksten is dit veelal een positief punt, maar een mens steekt daar tijd in en je weet, timemanagement …

Mailtje i.v.m. verlof planning juli en augustus en vervoer naar Overijse volgende week vrijdag  voor de 5e verjaardag van ons departement.  We worden verwacht om 12 u voor een receptie en fijn samenzijn met alle collega’s van ons departement in het glooiende Overijse, de week kan slechter eindigen.  We worden met aandrang verwacht om 12u.  Ik had evenwel vorige week een uitnodiging gekregen om in Antwerpen met een soort jury/werkgroep een concreet ontwerp van een nieuw woonzorgcentrum te bespreken.  In de werkgroep architecten, directeurs van woonzorgcentra, … Ik vind dat heel interessant en ik beschouw dat ook als momenten om de ‘touch’ met de sector te behouden.  Ik heb mijn ideeën over concepten van woonzorgcentra, opgebouwd in een decennium zorgstrategische planning en uit contacten te velde, maar ze echt vertalen in een concreet ontwerp is nog iets anders, maar des te interessanter.  Vanuit Brussel ideeën hebben is één zaak, ze concreet vertalen en merken en horen wat kan, wat pro en contra is, is soms een heel andere.  Ik vind dat mateloos boeiend.

Toen ik nog zorgstrategische plannen begeleidde, vroeg een directeur van een voorziening bijzondere jeugdbijstand me om de procedure en het opzet en de nut van het opstellen van een zorgstrategisch plan eens te komen toelichten voor zijn personeelsleden, voornamelijk opvoeders.  De eerste keer dat ik die vraag kreeg, te meer daar ik in Brussel de directeur alles al had uitgelegd.  Ik gaf hem aan dat ik dat graag wilde doen, maar niet goed begreep waarom hij dat zelf niet kon.  Hij zei dat hij het, als nieuwe directeur in de voorziening, belangrijk vond dat de Vlaamse overheid (Brussel in de volksmond), letterlijk een gezicht kreeg voor zijn medewerkers.  Zo’n plan opstellen vergt wel wat werk en bespreking en op die manier had hij zijn mensen direct mee.  Het was een geweldig toffe dag, klein zaaltje, eigenlijk de koffiekamer, iedereen op elkaar gepropt en de projector op een koelkast of een stapel papier en ik legde het hoe en waarom uit op een manier dat niet ingewijden konden volgen, waarmee ik de opvoeders niet wil onderschatten, maar als je iets 100 keer op een jaar in Brussel uitlegt in je veilige kantoor en plots op verplaatsing voor een minder gangbaar publiek spreekt, stel je vast dat wat jij evident vindt, niet altijd zo is.  Een ervaring die mij zoals je merkt tot vandaag herinner en die me steeds bewust heeft gemaakt van de latente dreiging van het ivoren torendenken en -handelen.  Zo let ik tot op vandaag bvb. bij het updaten van onze website en het aanbieden van informatie dat het toegankelijk en begrijpbaar is voor iedereen, sommige technische specialiteiten niet te na gesproken. 

In zijn nieuwjaarstoespraak citeerde onze secretaris-generaal Louis Tobback die kritiek uitte op de groeiende regelneverij van de Vlaamse overheid.  Los van de discussie over de mate waarin Louis Tobback gelijk had of niet, gaf het wel aan dat het streven naar beter met alle goeie bedoelingen, soms wel een averechts effect heeft of toch zeker anders overkomt dan we bedoelen.

Terug naar mijn cockpitje.  Ik bezorg mijn gisteren gevraagde advies over het zorgstrategisch plan aan mijn collega van het agentschap Zorg en Gezondheid en vink weer een taakje af.  De komende dagen zal ik vooral nog werk hebben met de afhandeling van de klacht waarvan vanochtend sprake, dus klaag niet dat het een paar keer terug komt deze week.  Dank bij voorbaat.

Er waaien nog wat mails van het kernteam binnen met documenten en de agenda van morgen-namiddag.  Ik mail even naar de expert die het kernteam leidt dat ik momenteel niet echt de tijd vind om alles te lezen.  Je kan het beter aangeven, dan half werk doen en achteraf alles moeten aanpassen.   

Rond 17u nog een mailtje van mijn afdelingshoofd gekregen dat het OK is dat ik volgende week vrijdag naar de jury in Antwerpen ga en iets later aansluit op de receptie in Overijse.  Heel fijn werken met mijn afdelingshoofd, altijd geweest.  Ik had hem gemeld dat ik voor Jobpunt ging bloggen, waarop hij aangaf mij niet te willen censureren en dat ik daar geheel vrij in was.  Al lachend gaf hij mee dat ik toch wel lieve zaken zou schrijven over ons departement of het VIPA.  Dus ik herhaal: ‘heel fijn werken met mijn afdelingshoofd’, een mens weet nooit waarvoor het goed is.

Voor alle duidelijkheid, dit is een grapje, niemand zet me hier onder druk om wat dan ook te schrijven.  Je weet nooit wie zo’n blog leest en wat ze ervan denken of maken. 

Vandaag merk ik dat er verschillende zaken samenkomen die maken dat ik moet timen, plannen en ook zeggen wanneer het even wat veel tegelijk is.  Ik word soms chagrijnig van mensen die zeggen dat ze het druk hebben, terwijl ik te stelligste het vermoeden heb dat dit niet zo is, maar ik merk dat het de komende dagen en misschien weken echt wel het geval zal zijn bij mij.  Ik vind dat geweldig, maar het betekent ook dat ik sommige beloftes moet herzien, timingen moet verschuiven en dat is soms wat link.  Mensen vragen in de lift of elders wel eens als standaard ‘En druk op het werk zeker?’ als alternatief voor ‘hoe is het? En ik antwoord meestal bewust ‘Nee, dat valt heel goed mee’ of ‘Niks onoverkomelijks’ al is het maar uit principe.  Grote ogen en verwonderde blikken zijn meestal het gevolg.  Het is not done om niet te zeggen dat je het druk hebt.  In de praktijk heb ik het vermoedelijk niet meer of minder druk dan mijn liftgezel, maar we moeten ook en vooral niet druk doen. 

Vandaag om 16u naar huis, ik moet nog ergens naartoe.  Weer een fijn werkdagje.  Doelstelling van morgen: een blog van minder dan 2 bladzijden!  Ijdele hoop, weet ik nu al.

Christophe, beleidsadviseur bij Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden – dinsdag 14 juni 2011

woensdag 15 juni 2011

Goeiemorgen,

Mijn naam, functie en afdeling/agentschap waarvoor ik werk, kennen jullie al, maar misschien kort aangeven wat het VIPA doet en wat mijn job als beleidsadviseur/beleidsmedewerker inhoudt.  Het VIPA is een fonds van de Vlaamse overheid dat de bouw (nieuwbouw en verbouwing) van welzijns- en gezondheidsvoorzieningen in Vlaanderen subsidieert (a rato van 60% van de bouwkost).  Concreet gaat dat over de bouw van ziekenhuizen, woonzorgcentra (rusthuizen van vroeger), voorzieningen voor personen met een handicap, crèches, begeleidingstehuizen voor bijzondere jeugdbijstand om de bekendste te noemen.  Zo is het overgrote deel van de Vlaamse ziekenhuizen, enkele honderden woonzorgcentra en een aanzienlijk aantal voorzieningen voor personen met een handicap met VIPA-subsidies gezet. 

Wat doe ik?  Als mensen mij vragen wat ik als job doe, zeg ik weleens dat dat moeilijk te zeggen is.  Mijn job is vrij gevarieerd. 

- de VIPA website up-to-date houden (www.vipa.be)

- het VIPA-jaarverslag coördineren

- voor het VIPA relevante beslissingen van de Vlaamse regering opvolgen

- opvolgen en signaleren van voor het VIPA relevante evoluties en onderhouden van relevante

- netwerken

- bijdrages formuleren voor toespraken van minister Vandeurzen, mijn secretaris-generaal of mijn afdelingshoofd

- participeren aan werkgroepen.  Momenteel is dat een werkgroep die indicatoren ontwikkelt om de effecten van ons beleid te kunnen meten

- tot 1 juli 2011 ben ik ook nog lid van de commissie zorgstrategie die minister Vandeurzen  adviseert over investeringsdossiers van woonzorgcentra. 

Sinds begin mei participeer ik namens het departement WVG ook aan het kernteam van 10 à 15 Vlaamse ambtenaren dat het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen voorbereidt, de opvolger van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen.  Hierover donderdag meer, want dan hebben we onze wekelijkse samenkomst met het kernteam.

Vandaag ben ik rond 9u30 aangekomen, heb ik me in een cockpit genesteld, computer opgestart en eerst en vooral één van mijn dagelijks 5 à 8 grote tassen koffie gaan halen.  Of ik niet zonder kan, weet ik niet, maar het is ook en vooral een soort ritueel en een welgekomen onderbreking als je lang met iets bezig bent.  Je ziet ook mensen in de koffiehoek die je eigenlijk enkel van daar kent en dus goeiendag zegt, zonder altijd te weten hoe ze heten, wie ze zijn.  Een merkwaardig fenomeen, maar ook wel prettig.  Op de trein heb je ook dergelijke mensen die je enkel kent vanop de trein.  Fascinerend vind ik dat, mensologie.

Vandaag dus.  Even wat mailtjes van vrijdag lezen (ik had toen verlof).  Mail van de dienst vertalingen van de Kanselarij dat ze mij de gevraagde Engelse vertalingen van onze regelgeving kunnen bezorgen.  Een Brits architectenbureau had dit gevraagd n.a.v. een opdracht die zij hebben om ergens in Vlaanderen een woonzorgcentrum te bouwen.  Daarnaast overwegen we ook om onze website geheel of gedeeltelijk in Engelse en Franse vertaling aan te bieden, zodat we ons ook buiten Vlaanderen en België kunnen profileren.  We willen ons als VIPA meer en meer profileren als echte kennispartner, kijken hoe men bepaalde zaken in het buitenland doet (duurzaam bouwen, financierings-mechanismen, … ) om zo bij te leren en voor onze klanten relevante info ter beschikking te kunnen stellen.  Dan is het handig dat de communicatie ook toegankelijk is. 

Mailtje waarin men aandringt op een advies van een zorgstrategisch plan.  Tegen deze vrijdag.  We zoeken wel een moment om dat te doen. 

Ik heb deze voormiddag gepland verder te werken aan de rubriek ‘toegankelijkheid’ op onze website die we naar aanleiding van onze inspiratiebundel toegankelijkheid van woonzorgcentra momenteel ontwikkelen.  Deze bundel moet met concrete tips ontwerpers en directeurs van voorzieningen toelaten om bij het ontwerpen van hun voorzieningen ervoor te zorgen dat het gebouw voldoende toegankelijk is voor de mensen die het gebouw gebruiken (personeel, dokters, ouderen, personen met een handicap, …).

Sinds we onze VIPA-website eind 2009 volledig gerestyled en herschreven hebben, proberen we ook alle relevante info voor onze klanten (architecten, directeurs, bankiers, …) op een bevattelijke en transparante manier op onze website te zetten.  Ik ben dus momenteel deze bundel aan het ‘vertalen’ op onze website.  Deze voormiddag heb ik vooral links gelegd en PDF-files opgeladen.  Die technisch en praktische kant van de website is niet altijd enthousiasmerend op zich, maar als alles gebeurd is en de puzzel past zoals we voorzien hadden, dan ben ik wel tevreden. 

Rond 10 uur een mail van ons kabinet met de vraag een lijst met een stand van zaken van dossiers te actualiseren tegen deze namiddag.  Aangezien mijn afdelingshoofd vandaag ziek is en een andere collega, die normaal dergelijke vragen beantwoordt, op vakantie is, komt de vraag bij mij terecht.  Ik vraag eerst na wat men juist wil en al snel vind ik de betrokken lijst.  Aangezien deze namiddag vrij snel is, vraag ik een collega die er meer in thuis is, de lijst te actualiseren.  Voor 12 uur heeft het kabinet de gevraagde lijst met een fijn dankmailtje als leuk gevolg.   

Een bedankje of een schouderklopje doet altijd deugd in mijn werk.  Appreciatie doet een mens graag werken, mij toch.  En ik kan zeggen dat ik het al die jaren toch al geweldig graag doe.

Rond de middag een mailtje van een collega van het agentschap Zorg en Gezondheid om kort te overleggen over een overzicht dat het kabinet heeft gevraagd van investeringsdossiers.  Om één coherent antwoord te kunnen geven is het soms handiger even samen te zitten, dan mails over en weer te sturen.  Vrijdagnamiddag zitten we samen.

Tijdens het middageten zegt een collega dat hij de nodige documenten heeft van de studie naar de life cycle cost analyse van woonzorgcentra met de vraag dit op de website te plaatsen.  Geen probleem, maar het zal even moeten wachten tot eind juni.  Werken aan de website vind ik heel plezant, maar er kruipt meestal meer tijd in dan gedacht. 

Deze namiddag zit ik anderhalf uurtje samen met één van onze ingenieurs om onze rubriek duurzaam bouwen te actualiseren.  Er moet een nieuw rekenblad op de website met de nodige uitleg.  Ik wil ook niet zo maar iets op de site zetten, maar alles moet duidelijk zijn voor de gebruiker en ik bewaak de coherentie op de website.  Conclusie van het overleg: tegen eind volgende week moet het op de website staan, dus volgende week een dagje plannen dat ik me ermee bezig houd. 

Ik heb graag veel om handen, al vergt dit wel eens wat organisatie en op tijd neen leren zeggen, wat ik niet zo gemakkelijk kan.  Time management heet zoiets in het modern jargon.

Het was een fijne dag, tot morgen.

Cemal, dossierbeheerder bij Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenonderwijs en Studietoelagen, afdeling Studietoelagen – vrijdag 10 juni 2011

dinsdag 14 juni 2011

Het is vrijdag! En dan nog een korte werkdag voor mij. Ik heb een halve dag verlof genomen in de namiddag en ben nog heel moe van gisterenavond. Feestje is super goed verlopen, veel gedanst.

Vandaag is het stil op het werkvloer, meeste collega’s hebben verlof of werken niet op vrijdag.

Koffie stond al klaar, en het rook lekker. Vlug mijn tasje vullen en beginnen werken.

Ik ben begonnen aan mijn lijst van dossiers die herzien moeten worden van gisteren. Meeste waren al afgewerkt, ik moest er nog een paar doen.  Daarna ben ik nog een andere lijst gaan halen, het was de voorlaatste lijst. Onze bundel is bijna gedaan. Dit betekent dat we onze deadline behaald hebben.

Ik heb nog:

Mijn mailbox gecheckt, of er geen mails zijn binnen gekomen van burgers. OK

Gecontroleerd of er geen openstaande dossiers op mijn naam stonden.  OK

Klaar voor weekend: OK :-)

Tot nog eens,

Cemal