slotcolloqiuim van de Staten-Generaal interlandelijke adoptie
Vandaag is het een speciale dag. Het slotcolloquium van de Staten-Generaal interlandelijke adoptie start om 9 uur in De Schelp van het Vlaams Parlement. Ik was mij daar vannacht ook duidelijk bewust van…
Ik vertrek een uur vroeger dan gewoonlijk om op tijd onze gastspreker, de heer Hans van Loon, op te halen die verblijft in een hotel aan de Grasmarkt in Brussel. Samen wandelen we door het park om als eerste voor een gesloten Vlaams Parlement te staan! Stilaan verschijnen ook veel bekende gezichten: adoptieouders, verantwoordelijken van diensten uit de adoptiesector en een grote groep geadopteerde volwassenen. In hun kielzog een klein meisje dat namens de geadopteerden aan elke wachtende een frisgroene appel geeft waarop staat: “En wat als de appel ver van de boom valt?” Op deze manier vragen zij aandacht voor de stem van de geadopteerden met verwijzing naar hun website: www.geadopteerd.be. Zij zijn betrokken partij bij deze Staten-Generaal en vragen vooral meer inspanningen rond begeleiding van de adoptiegezinnen na de adoptie en een uitgewerkte regeling van het inzagerecht in adoptiedossiers.
Gelukkig gaan de deuren volgens de afspraak stipt om 8.30 uur open.
Na een deugddoende koffie met koffiekoek, gaat de Staten-Generaal van start. Ook de slotvergadering wordt deskundig in goede banen geleid door mevrouw Martine Lemonnier, voorzitter van het Raadgevend Comité bij Kind en Gezin. De sprekers maken goed gebruik van de hen toegemeten tijd.
Prof. dr Nicole Vliegen stelt de resultaten van de werkgroep rond geschiktheidsonderzoek voor. Diensten voor maatschappelijk onderzoek spreken met kandidaat-adoptieouders en geven dan een inschatting van hun sterke en zwakke punten in het kader van een mogelijke interlandelijke adoptie. Hierop baseert de jeugdrechter zich om al dan niet een geschiktheidsvonnis af te leveren. Sinds de wetswijziging in september 2005, heb je dit vonnis nodig om in aanmerking te komen voor een interlandelijke adoptie. Hier hangt voor elke kandidaat-adoptieouder dus alles van af… Er zijn nogal wat frustraties bij alle betrokken partijen maar de werkgroep heeft ook aanbevelingen klaar om de zaken te optimaliseren en te verbeteren.
Prof. dr. Wouter Vandenhole brengt het relaas uit de werkgroep die zich boog over het vraagstuk van de bemiddeling bij interlandelijke adoptie. Dit is het centrale stuk van het adoptieproces waarin ofwel de interlandelijke adoptiediensten ofwel de VCA rechtstreeks, verantwoordelijkheid dragen voor het goede verloop naar een uiteindelijke matching van een kind aan kandidaat-adoptanten. Ook hier weer concrete aanbevelingen.
Prof. dr. Frederik Swennen brengt de rol van de overheid op tafel. Hij krijgt de zaal lachend op zijn hand als hij op het einde van zijn powerpointpresentatie een kleurenfoto van een bloem uit de Nachtschadefamilie projecteert en zo de link legt naar de aanslag die de werkzaamheden op zijn nachtrust hebben gehad. Als hij dan ook nog zegt dat het over het kruid ‘bitterzoet’ gaat en stelt dat dit wel als samenvatting van de werkgroepactiviteiten kan gelden, is dat een knipoog naar de werkgroep. Deze deelnemers begrijpen perfect waarover hij het heeft.
Na een zeer korte koffiepauze komen vanuit de werkgroep die werkte rond de verplichte voorbereidingscursussen en de nazorg ook zeer concrete aanbevelingen om vooral de kandidaat-adoptanten voldoende voor te lichten over de huidige adoptierealiteit en hen de nodige inzichten aan te reiken over de algemene en de specifieke ontwikkelingsvraagstukken die zich stellen in een adoptiegezin. Prof. dr. Michel Vandenbroeck stelt die deskundig voor aan het publiek.
Daarna kom ik zelf aan het woord. Ik hou het kort maar zet nog eens duidelijk in de verf dat interlandelijke adoptie vertrekt vanuit de nood van een kind aan een familie en dat die ingrijpende stap alleen kan gezet worden als er voldoende garanties zijn rond de adopteerbaarheid van het kind en rond de onmogelijkheid om voor dat kind een familie in zijn geboorteland te vinden. Daarnaast verwijs ik naar de lange wachttijden voor een interlandelijke adoptie die een enorme belasting zijn voor kandidaat-adoptiegezinnen. Mijn pleidooi om te zoeken naar een manier om de kandidaten alleen te laten starten met de voorbereiding als er een redelijke kans is op de komst van een adoptiekind binnen een redelijke termijn, sluit aan bij wat elke voorzitter van de werkgroepen stelde.
Mijn speech eindig ik met het inleiden van Dhr Van Loon. Hij is secretaris-generaal van de Haagse Conferentie en stond aan de wieg van wat wij kortweg het ‘Haags Adoptieverdrag’ noemen. Dit werd door België geratificeerd in 2005 en beïnvloedde de uitwerking van onze adoptiewetgeving. De volledige naam van dit verdrag klinkt als volgt: Verdrag van 29 mei 1993 betreffende de bescherming van kinderen en de samenwerking in respect in interlandelijke adoptie. De historische context van het ontstaan van dit verdrag geeft eens te meer de waarde ervan aan.
De zaal is heel aandachtig wanneer minister Jo Vandeurzen het spreekgestoelte betreedt. Hij is positief verrast door de conclusies van de werkgroepen en geeft duidelijk het tijdspad aan waarop hij wil verder werken met die resultaten. Er is veel werk aan de winkel voor de Vlaamse Centrale Autoriteit Adoptie! Met veel geestdrift en samen met mijn team, zal ik mij daarvoor inzetten.
Tijdens de afsluitende broodjeslunch heb ik de kans om nog met een aantal mensen na te kaarten. Ik denk bij mezelf dat het goed is om iedereen hier verzameld te zien. Allemaal mensen die van nabij betrokken zijn bij interlandelijke adoptie. En dat betekent heel wat. Een aantal ‘oude rotten in het vak’ stonden aanvankelijk wat sceptisch tegenover de studie van de staten-generaal maar ik merk nu toch dat zij geloven dat we er zullen geraken.
Als laatste deelnemer verlaat ik het Vlaams Parlement en na een korte passage bij mijn team neem ik de trein huiswaarts, wat vroeger dan de voorbije dagen…